In de beantwoording schrijft het
college dat om de betrokkenheid te vergroten van inwoners met de te
creëren voorzieningen het college verzoeken van onze inwoners
zoveel als mogelijk honoreert. Het uitgangspunt hierbij is in
principe “ja, tenzij”. Waarbij het ”tenzij” wordt bepaald door
haalbaarheid, budget, overlast, meerwaarde voor de omgeving,
etc.
Gezien de verbolgen reacties die
wij als fractie ontvingen valt op dat het "Ja, tenzij principe ",
dat de gemeente zegt te bezigen, niet door iedereen zo ervaren
wordt; eerder dat het "ja tenzij" principe niet voor iedereen
geldt.
Het getuigt van moed en
optimisme om een kwetsbare baan aan te leggen van €7000,-, terwijl
er op hetzelfde eiland ernstige schade(door onbekenden) aan een
groot speeltoestel is toegebracht. De gemeente verwacht hier
€18.000, - extra geld voor te moeten uitgeven.
Wij denken niet dat het
gebruikelijk onderhoud van dat betreffende grote toestel, net zo
min als de jeu de boules baan, jaarlijks in die orde van grootte is
geraamd. Onze vraag of de jeu de boules baan ook bestand is tegen
dergelijk creatief gebruik, wordt niet beantwoord. Jammer, want de
onvoorziene uitgaven door vandalisme lopen namelijk aardig in de
papieren! Is dit bij het "tenzij principe" wel
afgewogen?
Ook lezen wij dat speelplekken
voor de jeugd volgens dit college ook altijd goede speelplekken
voor ouderen/ ouders zijn als iemand daar om vraagt. Geldt dit ook
van andere speelplekken: het andere speeleiland
bijvoorbeeld? En moet dat ook intensiever worden gebruikt door
iedereen? Deze beleidslijn is voor ons namelijk nieuw. Het zal
betekenen dat nota speelruimte inhoudelijk gewijzigd is en daar
moeten wij als raad nog over besluiten.
Tenslotte blijkt
dat er verder helemaal niets met de buurt hoeft te worden besproken
of die buurt zich nu verantwoordelijk voelt voor het beheer of
niet.